zaterdag 1 maart 2014

Pappenheimers


In mijn omgeving wordt bij een scheiding de inboedel verdeeld. Hierbij wordt gepoogd alles (echt heel veel) eerlijk te verdelen. Tegelijkertijd is deze verdeling ook een instrument in de verwerking, er wordt druk gemanipuleerd, ingespeeld op schuldgevoel, geprobeerd de ander te raken door dierbare spullen te claimen. Hoe ver kun je gaan voor een vaas? Heel ver.
De ene partner neemt in etappes spullen mee naar het nieuwe huis – en nieuwe partner. Bij het ophalen van een nieuwe lading spullen komt een groot deel van de vorige lading mee terug. Onduidelijk is of dat wegens ruimtegebrek is, of uit onwil materiële herinneringen aan een vorige relatie toe te laten. Telkens als een lading spullen is opgehaald, vindt de achterblijvende partner dat er weer ruimte is voor nieuwe spullen en snuffelt die als een shophaholic met geldproblemen bij de kringloop. 
En ondertussen probeert de makelaar de inrichting van het overvolle huis te minimaliseren om het beter verkoopbaar te maken.
En kijken familie en vrienden meewarig hoofdschuddend toe.
Zoals ook de afgelopen tijd meewarig hoofdschuddend  werd rondgekeken in mijn huis, met gehalveerde inventaris. “Oh, wat heerlijk ruim. Maar…”
“Ik zoek nog een mooi kastje, waar mijn glazen in kunnen pronken. Maar ik weet niet wat voor kastje.” Aan deze veelgedane uitspraak begon ik na 2 jaar zelf enigszins te twijfelen, tot ik bij de kringloop een vrijwel perfect kastje zag staan. In eerste instantie wist ik niet hoe ik die, zonder auto, thuis moest krijgen. In tweede instantie kwamen zeker 3 oplossingen bovendrijven, maar was het kastje al verkocht.
Terwijl de zoektocht (online, kringloop) naar het kastje doorgaat, worden op strategische plekken – lees: bij de juiste personen – ijverig verteld over het kastje. Dit in de wetenschap en met het vertrouwen dat mijn naaste omgeving graag meewerkt om mij weer aan een, in hun ogen, volledige inventaris te helpen.
Ik ken mijn pappenheimers.

woensdag 26 februari 2014

Lente


Het zonnetje lokt me naar buiten.
Het is nog wel fris, laten we vooral niet vergeten dat het nog winter is.
Maar het lentegevoel overheerst. 
Ik loop zelfs te zingen. Ter ere van de naderende de lente. Buiten. En vanbinnen.

maandag 24 februari 2014

Angst en beven


Misschien had ze het moeten zien.
Misschien heeft ze het gezien, maar durfde ze niet meer op haar gevoel te vertrouwen.
Jarenlang bestond zijn reactie op haar angst voor gemotoriseerde voertuigen uit snerende, soms pijnlijke opmerkingen, grappig bedoelde geintjes uithalen achter het stuur en duidelijk getoonde teleurstelling om haar gebrek aan liefde voor scheuren over ’s Herenwegen. Altijd weer toonde hij onbegrip, hoe vaak ze ook vertelde over de ongelukken die zowel zichtbare als onzichtbare littekens hadden achtergelaten.
Dat hij zich voor zijn haremvrouwtjes uitsloofde, dat zag ze wel. Keer op keer. Dus zo vreemd was het niet dat hij voor een haremvrouwtje met grote angsten voor alles en iedereen, er alles aan deed om hun ontmoetingen in zijn woonplaats voor haar zo gemakkelijk mogelijk te maken. Dat hij haar niet eens thuis voorstelde, werd uitgelegd als te traumatisch/moeilijk voor iemand met angst voor onbekende mensen. Toen zij haar twijfels uitte, omdat het angstige haremvrouwtje het blijkbaar niet eng vond om een hele middag in een onbekende kroeg vol onbekende mensen te zitten, werd dat begroet met rollende ogen en een diepe zucht over het door haar getoonde onbegrip voor zo’n delicate ziel.
Nadat ze was gedumpt voor het angstige haremvrouwtje, vroeg ze spottend of zij zich soms ook angstig huilend aan hem had moeten vastklampen. Hij hoefde niet na te denken.
“Ja”.
Ze zag dat hij het meende. Het zou geen nut hebben hem te herinneren aan zijn snerende opmerkingen over haar angst. Het had de afgelopen jaren ook geen nut gehad om hem te vertellen over een andere angst. De angst die opdook als hij met 1 of meerdere haremvrouwtjes op stap was. Tot diep in de nacht. Of een heel weekend lang. De angst om ’s nachts alleen thuis te zijn. Het onveilige gevoel, het proberen niet te denken aan wat en wie er allemaal in die donkere hoeken en diepe kasten verscholen zouden kunnen zijn.
Dit alles spookte zondagavond weer door haar hoofd. Terwijl ze in bed lag en vrij harde geluiden hoorde die ze niet kende. Bij de bovenburen? Of toch in haar eigen huis? De katten lagen bij haar, alert, dus zij kenden de geluiden ook niet. Zo’n typische angstige avond waarover ze hem nooit had verteld.
Heel even vroeg ze het zich af. Had ze zich, net als zijn Neurotische Groene Blaadje, aan hem vast moeten klampen? Had ze zijn riddergevoelens moeten bespelen? Had ze hem zo een goed gevoel moeten geven, wat hij uit/voor zichzelf niet voelde?
Vragen die wel door haar hoofd schoten, maar waar ze niet eens over nadacht. Op angstige momenten was het een veilig gevoel geweest, dat hij een kamer verderop zat. De wetenschap dat hij jaren dat valse gevoel van veiligheid gaf, terwijl hij al niet meer van haar hield, al niet meer bij haar wilde zijn, voelde ze als een vernedering die niet opweegt tegen veilig willen voelen.
Met enige angst is ze in slaap gevallen, redelijk uitgerust is ze weer wakker geworden. Het zonnetje schijnt tot in de donkere hoekjes, de spoken zijn weg en hoe moeilijk het soms ook is, ze redt het alleen.

zondag 29 december 2013

Old rebel


En hoe is de feestavond verlopen?
Gezellig.
En hoe smaakten de koekjes?
Volgens een jaargenoot waren ze lekker. Een derdejaars had dezelfde koekjes meegenomen, uit een pak, allemaal even groot en dun. Zo kregen mijn dikke, niet uniforme, zelfgebakken koekjes een rustieke uitstraling.
Toevallig kwam ik vrijwel tegelijk met mijn eerder genoemde klasgenoot aan. Ik stelde me aan iedereen voor (er waren er nog maar weinig), hij volgde mijn voorbeeld. Daarmee werd (voor mij) het ijs gebroken en al snel was iedereen bezig met het uitstallen van etenswaren en gezellig kletsen. De groep derdejaars die later binnenkwam, gedroeg zich direct al als groep binnen een groep, wat (voor mij) minder uitnodigt tot direct contact leggen.
Voor mij is het niet vanzelfsprekend om onbevangen een groep tegemoet te treden, het blijft tobben. Wel groeit het besef dat ik doe wat ik doe, omdat ik ben wie ik ben. Tegelijkertijd verdwijnt langzaam de drang om datgene te doen en te laten, waarvan ik denk dat anderen willen dat ik dat doe en laat. Op de manier zoals zij dat willen.
Als u begrijpt wat ik bedoel.

dinsdag 17 december 2013

Feest!


Vanavond weer zo’n bijeenkomst waar je zin in hebt, maar die vooraf voor de nodige zenuwen en twijfels zorgt.Een avond met nieuwe mensen, naast een paar bekenden. Een avond waarop je een goede indruk wilt maken, maar bang bent blunder na flater te produceren. Een avond waarop zelfgebakken koekjes worden gepresenteerd. Waarvan je bang bent dat ze niet lekker zijn en dat je alles weer mee naar huis mag nemen.
Wie zijn die mensen? Medestudenten van de avondschool, voor één avond 4 jaargangen bij elkaar.
Wat is het voor avond? Een gezellige avond, wat eten, wat drinken, wat cultuur en hopelijk veel lachen. De laatste cursusavond voor de kerstvakantie.
Wat heb je te verliezen? Niet veel, hooguit dat niemand meer iets wil eten wat je zelf gebakken hebt. Voor de cursus zelf zijn helemaal geen etenswaren nodig, dus dat is geen probleem. En volgend jaar doe je dan gewoon iets cultureels, zonder ovenwanten.
De koekjes liggen af te koelen. Vanavond fiets je met volle koektrommel en vol goede moed naar school. Waar heel veel hapjes en drankjes staan te wachten. Die paar koekjes, van welke kwaliteit ook, vallen waarschijnlijk niet eens op.
En trek je feestjurk aan!

maandag 25 november 2013

Smikkelen en smullen


Jaren geleden begon ik al met nadenken over eten, biologisch, al dan niet voorbewerkt en/of –gesneden, suiker of geen suiker, dat soort ‘vraagstukken’.
Met enige verbazing, licht vermaak en soms wat ergernis heb ik vooral de afgelopen maanden de wildgroei aan voedselhypes aanschouwd. Vooral op twitter kunnen aanhangers en tegenstanders luidkeels kond doen van hun mening. De tijd ontbreekt om alle, elkaar vaak tegensprekende, theorieën grondig te bestuderen. Toch blijft van al dat geschreeuw zo veel hangen dat ik me ongemakkelijk voel als ik een boterham eet, want ja, graanproducten zijn nog niet verboden,  maar zitten wel in een verdomhoekje. Of dat ik voel me schuldig als ik alleen al denk aan het bakken van een taart. Met suiker, sinds kort voer van de duivel. En dat ik niet durf te vertellen dat ik weleens op de website van het Voedingscentrum informatie zoek. Dat centrum zou namelijk worden gesubsidieerd door de overheid en het bedrijfsleven, dus voor velen bij voorbaat al verdacht en vooral fout.
Natuurlijk hoef ik helemaal niks met al die theorieën en blijf ik gewoon mijn eigen weg in dit alles zoeken. Soms kijk ik bij het voedingscentrum, omdat ik wil weten in welke voedingsmiddelen vitamines of mineralen zitten die ik in grotere hoeveelheden binnen wil krijgen.  Dankzij die voedingshypes is er wel steeds meer informatie beschikbaar over allerlei soorten eten, voedingsmiddelen, enzovoort. Bijvoorbeeld informatie over het vervangen van geraffineerde suiker door onbewerkte, natuurlijke zoetmakers. Niet omdat ik verslaafd zou zijn (ja, dat zeggen ze allemaal), maar ik hoop vooral te bereiken dat mijn tandartsrekeningen lager worden. Veel lager.

woensdag 20 november 2013

vraagje


Wat bezielt iemand om een relatie van 40 jaar van het ene moment op het andere te verruilen voor een toekomst met iemand anders?
Nee, deze keer niet mijn verhaal. Afgelopen week huilde iemand in mijn armen, na te zijn ingeruild voor een ander. Andere relatie, andere situatie, maar ook een partner die bot de banden doorhakt. En dan nog begrip verwacht van de afgewezen partner, van de kinderen, van vrienden. En die iedereen die het besluit in twijfel trekt resoluut afwijst en buitensluit.
Verliefd worden op een ander, dat kan. Natuurlijk. Maar hoe kun je met die ander lachen en vrijen, terwijl thuis je partner op je wacht, onwetend. Hoe kun je toekomstplannen maken, terwijl het verleden nog niet is afgesloten, in ieder geval niet voor degene die thuis op je wacht. Hoe kun je van het ene moment op het andere iemand aan de kant zetten met de mededeling: zo heb ik me nog nooit gevoeld, met deze persoon kan ik wel gelukkig worden.
Nee, deze keer niet mijn verhaal. Maar toch een beetje wel.